Call for papers: “Oud maar niet versleten” (Jaarcongres Werkgroep Zeventiende Eeuw, Leuven, 27 augustus 2016)

1007055Op 27 augustus 2016 organiseert de Werkgroep Zeventiende Eeuw haar jaarlijkse congres. Het congres, dat ditmaal plaats vindt in de Leeszaal van de Centrale Bibliotheek van de KULeuven, staat in het teken van ‘ouderdom in de zeventiende eeuw’.

De organisatoren hebben een Call for Papers gelanceerd die u hier kan downloaden.

Kleurrijke affiches waarop levenskrachtige bejaarden zich in het zweet werken in de fitness; politieke partijen, met blitse namen zoals OPA en WOW, die hun “grijze” achterban in de Kamer vertegenwoordigen; Benidorm Bastards die met hun rollator over het scherm scheuren: het zijn maar enkele voorbeelden van de wijze waarop ouderdom in onze hedendaagse samenleving ervaren, voorgesteld en beleefd wordt. Hoewel de grenzen niet altijd even zichtbaar zijn, lijkt een “ouderencultuur” langzaam vorm te krijgen, waarbij steekwoorden zoals “hip”, “vitaal” of “actief” veelvuldig opduiken. Dit congres wil de schijnwerpers op de lange zeventiende eeuw richten. Waar jeugdcultuur in het verleden vaak het voorwerp van onderzoek was, weten we immers opvallend weinig over “ouderencultuur.” Daarnaast willen we niet alleen op mensen, maar ook op objecten inzoomen. Wanneer werd iets of iemand als oud omschreven of gebrandmerkt? Welke positieve betekenissen (wijs, bedaagd, eerbiedwaardig) of negatieve connotaties (aftands, oubollig, versleten) kleefden er aan ouderdom? Hoe rekbaar waren oud en ouderdom als begrip?

Ouderdom is al een tijdje het voorwerp van onderzoek in sociaaleconomische geschiedenis, waarbij onder meer de rol van pensioenen, tanende familiebanden, oude mannen- en vrouwenhuizen en andere onderwerpen werden belicht en bediscussieerd, maar er zijn nog tal van thema’s waar we bitter weinig over weten. Hoe lang leefden mensen in de zeventiende eeuw en welke invloed hadden levensstijl, gender, sociale klasse en andere elementen? Konden bejaarde ouders beroep doen op hun kinderen voor bijstand of waren ze op zichzelf aangewezen? Weliswaar is er binnen de recente kunst- , literatuur- en cultuurgeschiedenis heel wat aandacht voor het topic – onder meer het onderzoek naar portretten van hoogbejaarde besjes in rariteitenkabinetten; pamfletten over dergelijke menselijke curiosa; nostalgie en hindsight in memoires, dagboeken en andere documenten – maar het onderwerp staat onmiskenbaar nog in zijn kinderschoenen. Daarenboven was ook de dubieuze status van ouderen die maar al te vaak als dwaas, lelijk – of in extremis als heks – afgebeeld werden, het voorwerp van debat. Hoewel ouderdom op de internationale onderzoekagenda staat, blijft het thema voor de Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden nauwelijks geëntameerd.

Mogelijke invalshoeken zijn:

    • Politiek – “éminences grises” in de politiek en diplomatie, anciënniteit en “gravitas” als argumenten in privileges, wetgeving en rechtsregels,…
    • Sociaaleconomisch – pensioenen, (bij)beroepen, ouderenzorg, alimentatie, familiebanden en kleinkinderen, weduwen en weduwnaars op leeftijd, consumptiegoederen (slecht en op d’oude wijs), antiekhandel,…
    • Demografie – levensverwachting, fysieke en mentale aftakeling, ouderdomskwaaltjes, wetenschappelijke ideeën over ouderdom,…
    • Kunst – bejaarden en ouderdom als thema in schilderijen, prenten, beeldhouwwerk, literatuur, theater, muziek (populaire thema’s zoals de vier seizoenen of de levenstrap), maar ook ideeën over retro-bouwstijlen, oude meesters, … Het “retoucheren” van leeftijd opportretten; de geschiedenis van de rimpel en cosmetica,…
    • Cultuur – levensstijl en -fases; manierenboekjes en morele traktaten over ouderdom; bejaarde rolmodellen; psychologische aspecten van ouder worden; “grijze” vrijetijdsbesteding,…
    • Memorie & herinnering – mijmeringen over het eigen verleden in dagboeken en andere egodocumenten, nostalgie en verlangen naar de dagen van weleer, lieux de mémoire en vaderlandse geschiedenis, opkomst van antiquarische reisjes,…

De commissie wil iedereen van harte uitnodigen om een bijdrage te leveren aan het congres. Lezingen duren maximaal 15 minuten, zodat er voldoende tijd rest voor discussie. In principe is Nederlands de voertaal, maar ook lezingen in het Engels, Frans of Duits zijn welkom. Naast individuele papers behoren ook panels (max. drie lezingen) tot de mogelijkheden. Gelieve de abstracts voor 8 mei 2016 te mailen aan Gerrit Verhoeven (gerrit.verhoeven@uantwerpen.be) met een korte samenvatting van de lezing (max. 250 woorden) en een bondig CV (100 woorden)

 
Advertenties

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s