Jaarboek Achttiende Eeuw 2021 – Liefde en lust

Als de rede de slaaf is van de passies, zo Hume het wil, wat is dan de plaats van de passies in de eeuw van de rede? In 2021 gaat het themadossier van het Jaarboek De Achttiende Eeuw over liefde, hartstocht en erotiek tijdens de Verlichting.

Gastredacteur Delphine Calle stelde dit jaar een prikkelend dossier samen over liefde, hartstocht en erotiek. Daarin wijdt Sven Molenaar uit over erotische fantasieën in het wonderbaarlijke Antwerpse manuscript ‘Het Mengelmoes’ uit 1696. Een bijdrage over de enigmatische erotomaan Hadrianus Beverland mag in dit dossier niet ontbreken. Karen Hollewand onderzoekt zijn De Stolatae Virginitatis Iure, waarin Beverland verlekkerd en kritisch schrijft over de seksuele vrijheid van Nederlandse vrouwen. Lust kruipt waar het niet gaan kan, laat Peter Thissen zien in zijn artikel over de pornografische roman Dom Bougre (1741), die ook in Nederland populair was ondanks het vigerende papisme. Hoe geheime minnaars zwaar in de problemen konden komen, beschrijft Marie-Charlotte Le Bailly aan de hand van een strafzaak tegen de Haagse Sophia van Noortwijck die een affaire had met een getrouwde joodse man. Hilde Neus heeft het in haar bijdrage over een ander seksueel en maatschappelijk taboe: relaties tussen witte mannen en vrouwen van kleur in achttiende-eeuws Suriname. Harry Oosterhuis laat zien hoe het Verlichtingsideaal van zelfbeschikking de kiem legde voor radicale, maar uiteindelijk weinig succesvolle idealen voor homo-emancipatie in de achttiende en vroege negentiende eeuw. En aan de hand van een close reading van Rhijnvis Feiths sentimentele roman Ferdinand en Constantia (1785) probeert Paul Pelckmans te verklaren waarom achttiende-eeuwse lezers maar niet genoeg kregen van pathetiek in een tijd die getekend werd door ratio en libertinisme.

Kees van Strien en Jan Rotmans tekenden in 2021 voor de afzonderlijke bijdragen. Van Strien haalt een vergeten vrouwelijke kunstenaar uit de krochten van de achttiende eeuw: de Franse pastelliste Susanne Caron, die in Nederland met haar kunst probeerde in haar eigen levensonderhoud te voorzien. Ze werd op slag beroemd door haar zeer treffende portret van generaal Pascal Paoli (sinds 1755 president van de nieuwe Corsicaanse Republiek); ze haalde met het portret alle kranten. Paoli poseerde voor Caron in Vlissingen in 1769. Niet lang daarna verhuisde ze naar Suriname en vervolgens naar Demerary. Benieuwd naar hoe het met haar afliep? Lees de bijdrage van Van Strien.

Van Corsica, Vlissingen en Suriname gaat de reis naar San Marino, die piepkleine republiek in het noorden van het huidige Italië die in het jaar 301 werd opgericht. Jan Rotmans werpt zijn licht op dit stadstaatje aan de hand van Jan Hendrik van Dongens driedelige Mijn Tijd Winst (1789-1791). Van Dongen, nog zo’n vergeten achttiende-eeuwer, schreef deze verhandeling over de oorzaken van republikeins verval op jonge leeftijd tegen de achtergrond van de Nederlandse Republiek tijdens de patriottentijd in de jaren 1780. Van Dongen – spoiler alert! – zou de publicatie van het laatste deel niet meer meemaken; hij overleed in 1789. 

Het Jaarboek heeft tevens een nieuwe vaste rubriek, ‘Spectator’, waarin u korte essays zult aantreffen over de wijze waarop de achttiende eeuw de eenentwintigste eeuw weet te inspireren. Carl Haarnack, Kornee van der Haven en Elwin Hofman bijten de spits af met bijdragen over respectievelijk de slavernijtentoonstelling in het Rijksmuseum, de actualiteit van de Windbubbel van 1720 en de Netflix-serie La Révolution.

Veel leesplezier gewenst!

De link naar het Jaarboek kan u hier terugvinden: https://www.aup-online.com/content/journals/25894617/53/1