In memoriam Christophe Madelein (1978-2022)

Op de veel te jonge leeftijd van 44 jaar overleed op 19 april Christophe Madelein. Christophe was niet alleen een uitstekend onderzoeker maar bovenal een zeer beminnelijk mens, die vanwege de hem kenmerkende bescheidenheid en gedrevenheid op veel waardering kon rekenen in de wereld van de letterkundige neerlandistiek en die van de 18de-eeuwse letterkunde in het bijzonder.

Christophe volgde de opleiding taal- en letterkunde (Nederlands en Engels) aan de Universiteit Gent. In 2000 studeerde hij af bij Anne Marie Musschoot op een onderzoek naar het autobiografisch schrijven van Paul de Wispelaere. Voor zijn vervolgstudie en doctoraatsonderzoek dook Christophe onder begeleiding van Jürgen Pieters in de literatuur van de (lange) 18de eeuw. In 2001 zette hij aan de hand van een analyse van Keats’ ‘Ode on a Grecian Urn’ de verschillen tussen de leesmethodes van het New Criticism en het New Historicism uiteen. Die studie vormde zijn afstudeerwerk voor de interuniversitaire master-na-masteropleiding literatuurwetenschap. In die jaren was hij ook actief als literatuurcriticus voor Leesidee en voor het dagblad De Financieel-Economische Tijd. In 2008 resulteerde zijn bijdrage aan een Gents onderzoeksproject over het verhevene in de Nederlanden in een fraai proefschrift: Juigchen in den adel der menschlijke natuur: Het verhevene in de Nederlanden, 1770-1830. In 2011 verscheen dat werk in boekvorm bij de Gentse Academia Press. Het werd een van de meest toonaangevende studies over het verhevene in de Nederlandse literatuur en Christophe zette zo, samen met enkele generatiegenoten, de 18de eeuw in Vlaanderen op de kaart. In het deel van de GNL over de literatuur van de Zuidelijke Nederlanden van de achttiende eeuw plaatst Tom Verschaffel Christophe in het rijtje van de drie jonge Vlaamse pioniers die een lans braken voor dit onderzoeksveld (naast Timothy De Paepe en Bram Van Oostveldt). Hij stelt vast dat Christophe en zijn generatiegenoten de ‘literatuurgeschiedenis niet zozeer opvatten als een studie van literaire teksten, maar van begrippen, opvattingen en praktijken’. Ook roemt hij de ‘meertalige’ insteek van de onderzoekers.

Als we het proefschrift van Christophe bekijken, dan valt naast zijn contextuele benadering inderdaad het internationale perspectief op. Het sublieme wordt benaderd vanuit de Engelse, Franse en Duitstalige tradities om uiteindelijk bij de Nederlanden te belanden. Vanuit die internationale context bekijkt hij hoe ook Nederlandse schrijvers zich uitgebreid met dat concept bezighielden. In hetzelfde jaar als de verschijning van zijn proefschrift gaf hij samen met zijn promotor en Piet Gerbrandy teksten over het verhevene van Bilderdijk, Kinker en Van Hemert uit in de Retorica-reeks van de Historische Uitgeverij. Aan de hand van bekende auteurs als Bilderdijk en Kinker en minder bekende figuren als Van Goens, plaatst Christophe de literatuur van de achttiende-eeuwse Nederlanden in een traditie van internationaal debat en transnationale wisselwerking die voor die periode zo kenmerkend was. Ook op dat vlak was Christophe dus een pionier. De transnationale benadering van literatuur is immers pas sinds tien jaar een belangrijk aandachtspunt in de neerlandistiek geworden. 

Christophe was van het principe dat het voeren van onderzoek geen eenzame bezigheid kon en mocht zijn. Hij organiseerde verschillende congressen en symposia, zag co-publiceren als een verrijking en hield contact met onderzoekers uit verschillende disciplines binnen de geesteswetenschappen. Zijn engagement op dat vlak blijkt misschien nog het best uit zijn jarenlange inzet voor de Belgisch-Nederlandse Werkgroep 18e Eeuw. Christophe oordeelde als bekwaam jurylid van de Scriptieprijs 18e Eeuw over tientallen masterproeven en was sinds 2008 lid van de redactie van het tijdschrift De Achttiende Eeuw, en later van het gelijknamige jaarboek. Binnen die redactie stond Christophe bekend als iemand die gedegen commentaar leverde, geen verkeerd geplaatste komma over het hoofd zag en vond dat een goede vergadering moest worden afgesloten met gezelligheid op café – en of het gezellig was.

Niet alleen wat de insteek van zijn onderzoek betreft maar ook op het vlak van zijn wetenschappelijke contacten had Christophe een internationale oriëntatie. In 2010 organiseerde hij in Gent voor de Werkgroep 18e Eeuw een van de eerste internationale congressen in de Lage Landen over de Verlichting vanuit een breed cultuurhistorisch perspectief, met sprekers als Peter Clark en David Sorkin. In 2013 bekleedde hij aan de University of Pennsylvania (VS) de Breughel leerstoel. Ondertussen richtte hij zich aan de UGent op een postdoctoraal project waarin het 18de-eeuwse epos centraal stond. Hij werkte rond dat thema veel samen met Lotte Jensen, wat onder andere resulteerde in een studiedag en een themanummer van Spiegel der Letteren over het Nederlandstalige epos. Sinds die tijd ging zijn onderzoek steeds vaker de richting uit van een meer diepgravende duiding van een of enkele teksten en ook schuwde hij de confrontatie niet met stukgelezen klassiekers. De laatste jaren legde hij zich voornamelijk toe op het werk van H.K. Poot. Hij werkte aan een langer essay waarin hij in de lectuur van een gedicht van Poot een reflectie beoogde over de relevantie van het historisch letterkundig onderzoek voor vandaag. Hieraan werkte hij gestaag verder ook nog nadat hij in 2016 te horen had gekregen dat hij ongeneselijk ziek was. Te hopen valt dat een versie van deze tekst, jammer genoeg postuum, alsnog het licht kan zien. Christophe was iemand die de moed niet opgaf en maar bleef doorgaan, ondanks alles – zijn enthousiasme voor de literatuur en het onderzoek kende bijna geen grenzen.

Ook buiten de academische wereld was Christophe gedreven door literatuur. Hij was de laatste jaren actief lid van Gent Leest, een digitaal platform voor Gentse boekenwormen. Christophe reikte deze community geregeld leestips aan – gaande van klassiekers als Eco’s In de naam van de roos tot Zadie Smiths actuele Overpeinzingen – en hield het gesprek over literatuur en literatuuronderzoek gaande aan de hand van Facebookpolls: Hoeveel boeken lees jij gemiddeld per jaar? Welke auteur verjaart op dezelfde dag als jij? Welke boeken hebben jou wakker geschud op het vlak van racisme? Maak jij aantekeningen in boeken? Het zijn vragen die duidelijk maken dat de onderzoeker en de enthousiaste lezer in Christophe één en ondeelbaar waren. Wie ooit een lezing van hem hoorde, of een tekst van hem las, zal het kunnen beamen: leesplezier, verwondering en kennisoverdracht gingen bij hem organisch samen.

Frappant is zijn conclusie bij een bespreking van Lieke Marsmans essay voor Gent Leest (15 februari 2021). Het citaat behoeft weinig toelichting. Het tekent de wilskracht, moed en eerlijkheid die wij in Christophe bewonderen:

De volgende scan duurt vijf minuten is niet zomaar een autobiografisch verslag van een kankerpatiënte; het is ook de neerslag van de wilskracht om zich er niet bij neer te leggen, ondanks de donkere momenten, die absoluut niet uit de weg gegaan worden. De twijfel en de angst worden open en bloot op tafel gelegd, maar nooit om medelijden op te wekken, maar wel om zichzelf voortdurend in vraag te stellen: “Ervaar ik kanker als De Hel omdat ik dat echt zo voel of omdat dat nu eenmaal de reputatie van kanker is, al helemaal voor wie het op jonge leeftijd krijgt?”Die eerlijkheid maakt dat het in zekere zin ook troostend werkt.

Sarah Adams, Lars Bernaerts, Jürgen Pieters, Lieke van Deinsen, Kornee van der Haven

(namens de UGent, Vakgroep Letterkunde / Werkgroep 18e Eeuw)

Advertentie

CfP: Eerste gezamenlijke Jaarcongres van de Werkgroepen Zeventiende Eeuw & Achttiende Eeuw

Emoties hebben we allemaal en soms is er sprake van een conflict. Dat kan een conflict zijn tussen emoties of conflicten die emoties veroorzaken. In dit eerste gezamenlijke jaarcongres van de Werkgroep Zeventiende Eeuw en de Werkgroep Achttiende Eeuw op vrijdag 26 augustus 2022 willen we verkennen hoe mensen individueel of in groep in de vroegmoderne tijd omgingen met emoties, of dat nu conflicterende emoties waren of emoties in conflictsituaties.

Abstracts van circa 300 woorden kunnen worden ingestuurd tot 1 mei 2022 naar het algemene mailadres: jaarcongres.dze.dae@gmail.com. Lezingen duren 15 minuten zodat er voldoende tijd overblijft voor discussie. Het is ook mogelijk om een abstract voor een panel in te sturen. Bijdragen zijn bij voorkeur in het Nederlands, maar Engels is ook toegestaan. Meer informatie vindt u in de bijlage hieronder.

EXCURSIE!

Interactief bezoek aan de tentoonstelling

De vergeten prinsessen van Thorn

Limburgs Museum, Venlo         

Woensdag 30 maart

11.00-14.30 uur

Na twee jaar van beperkingen kunnen we elkaar eindelijk weer ontmoeten. Met veel genoegen nodigen we u uit voor een excursie naar de tentoonstelling De vergeten prinsessen van Thorn in het Limburgs Museum (Venlo) op woensdag 30 maart.

Het achttiende-eeuwse Thorn was uniek. In het toen Duitse ministaatje waren vrouwen de baas. Door hun hoog-adellijke afkomst leefden ze een bevoorrecht leven en stonden ze volop in de belangstelling. Ze gingen hun eigen weg in een wereld gedomineerd door mannen. De tentoonstelling volgt het leven van een aantal van deze prinsessen en geeft een unieke inkijk in het leven van de Europese adel in de achttiende eeuw. Met wie schreven ze? Wat droegen ze? Hoe vierden ze feest? En wat waren hun hobby’s: borduren of jagen? Of allebei? Een schat aan kunstwerken en objecten uit meer dan vijftig musea uit heel Europa en de VS vertelt hun verhaal.

We zijn bijzonder verheugd dat het Limburgs Museum voor de Werkgroep Achttiende Eeuw een speciaal programma heeft samengesteld. Onder het genot van een kopje koffie en een stuk Limburgse vlaai beginnen we de dag met een inleiding op de tentoonstelling. Niemand kan dit beter dan dr. Joost Welten (Universiteit Leiden), auteur van het boek De prinsessen van Thorn (2019) én gastconservator van de tentoonstelling, en we zijn bijzonder blij dat hij de Werkgroep komt vertellen over zijn onderzoek naar de leefwereld van dit voormalige rijk van hoog-adellijke vrouwen. Na deze introductie bezoeken we zelfstandig de tentoonstelling. Hierna ontmoeten we elkaar weer voor een inhoudelijke nabespreking van de tentoonstelling, geleid door de projectleider van de tentoonstelling van het Limburgs Museum, die al onze vragen kan beantwoorden. En omdat kunst kijken hongerig maakt, wordt ons hierbij een heerlijke lunch geserveerd. Na afloop van het programma is er gelegenheid om zelfstandig het museum te bezoeken.    

Wij hopen van harte dat u bij deze dag aanwezig zult zijn. Voor leden is er een gereduceerd tarief van 25 euro. Indien u een Museumjaarkaart heeft, zijn de kosten voor deelname 15 euro. Voor niet-leden zijn de kosten voor deelname 35 euro of, bij bezit van een Museumjaarkaart, 25 euro. Vanwege de beschikbare tijdsloten voor een bezoek aan de tentoonstelling is de capaciteit beperkt tot 30 personen. Wees er daarom snel bij en schrijf u zo snel mogelijk in. Aanmelden kan tot woensdag 23 maart door een e-mail te sturen naar penningmeester@18e-eeuw.nl. Vermeld hierbij of u een Museumjaarkaart heeft en eventueel of u speciale dieetwensen heeft.

ISECS

Zie hieronder een steunbetuiging van ISECS, waar wij als Werkgroep Achttiende Eeuw alleen maar achter kunnen staan.

As President of the International Society for Eighteenth-Century Studies, on behalf of all our members, I express our total support for the people of Ukraine, its Universities, our Ukrainian colleagues who join us in eighteenth-century studies, and all Ukrainian-born colleagues and students everywhere, in their just resistance to armed invasion. Signed: Penelope J. Corfield.

Studiedag – Werkgroep Stedengeschiedenis

Op donderdag 14 april 2022 organiseert de werkgroep Stedengeschiedenis een bijeenkomst bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (Smallepad 5, Amersfoort) onder de titel ‘Panorama’s’. De studiedag is gratis voor eenieder toegankelijk; wel graag aanmelden via jan@jvdn.nl o.v.v. Panorama’s. Mocht Covid tussenbeide komen dan opteren we voor een digitale bijeenkomst. Informatie kan worden ingewonnen bij Jan van den Noort 06-4970 6455 of via http://www.stedengeschiedenis.nl


Programma
Voorzitter: Dr. Roos van Oosten (universitair docent Stadsarcheologie, Universiteit Leiden)

13:00-13:30 Albert Boersma (gastconservator Museum Flehite) over: Ander licht op Withoos. Warm aanbevolen: een bezoek aan Museum Flehite voor de tentoonstelling over Withoos. Informatie: museumflehite.nl/bezoekersinfo/veel-gestelde-vragen/

13:30-14:00 discussie

14:00-14:30 Drs. Sylvia Alting van Geusau (theater- en kunsthistorica) en Drs. Ester Wouthuysen (kunsthistorica), over hun vorig jaar verschenen boek: Kunstzinnig vermaak in Amsterdam. Het Panoramagebouw in de Plantage, 1880-1935

14:30-15:00 discussie

15:00-15:30 koffie en thee

15:30-16:00 Dr. Everhard Korthals Altes (kunsthistoricus en docent Technische Universiteit Delft) over: Nederland op zijn mooist – De achttiende-eeuwse Republiek in kaart en beeld.

16:00-16:30 Aanbieding eerste exemplaar Nederland op zijn mooist
discussie

16:30-einde Nazit

Boersma, Ander licht op Withoos
Mathias Withoos (1627-1703) legde zijn stad Amersfoort vast door het schilderen van een van de grootste stadsgezichten uit de 17e eeuw. Het panorama meet ruim twee bij vier meter. In 1671 besloot de stad om het ‘Gezicht op Amersfoort’ aan te kopen, tot ‘ciraat’ van het stadshuis ‘nu ende in futurum’. Withoos liet zich daarvoor in klinkende munt betalen door het stadsbestuur, waarvan hij overigens zelf deel uitmaakte.
Het panorama, dat onlangs werd gerestaureerd, is te bewonderen in de tentoonstelling ‘Ander licht op Withoos’ in Museum Flehite. Die tentoonstelling en het vuistdikke boek Ander Licht op Withoos – Drie Generaties Withoos zijn het fraaie resultaat van vele jaren onderzoek door Boersma.

Tentoonstelling en boek laten zien hoe veelzijdig Mathias Withoos was als fijnschilder, leermeester en bestuurder. In zijn schilderijen toont Withoos veel kennis van flora en fauna, maar zeker ook van de vergankelijkheidsymboliek, met verwijzingen naar een goed en deugdzaam christelijk leven. Hij wordt vooral gewaardeerd voor de speciale belichting in zijn schilderijen.

Withoos was een vernieuwende kunstschilder en een bron van inspiratie voor tijdgenoten en navolgers. Maar liefst vier van zijn acht kinderen werden door hun vader opgeleid in de teken- en schilderkunst. Zijn stadsgenoot Caspar Van Wittel (1652/3 -1736) was bij hem in de leer en kreeg later bekendheid als grondlegger van het Italiaanse stadsgezicht.

Informatie: Jan van den Noort 06-4970 6455 – jan@jvdn.nl
www.stedengeschiedenis.nl.

CfP – Historisch Jaarboek voor Gelderland

Gelderland is in oppervlakte de grootste provincie van Nederland en ook qua geschiedenis rijk aan verhalen en thema’s. Heb jij een scriptie geschreven over de archeologie, geschiedenis, landschapsgeschiedenis of kunstgeschiedenis van Gelderland? Over de grote gevolgen van Tweede Wereldoorlog voor de provincie, over de graven en gravinnen van Gelre, de Gelderse industrie en landbouw in de negentiende eeuw, de stuifzanden op de Veluwe, de Hanzesteden in het hertogdom of de Opstand in het Gelderse gewest? Dan is de Vereniging Gelre op zoek naar jou!

De Vereniging Gelre, opgericht in 1897, brengt via symposia, excursies en publicaties het rijke Gelderse verleden onder de aandacht van haar leden en een breed publiek. Dat doet ze onder meer via de Bijdragen en Mededelingen Gelre, het jaarboek van de vereniging, met artikelen over de meest uiteenlopende onderwerpen uit de Gelderse geschiedenis, van de prehistorie tot en met de eenentwintigste eeuw. Daarnaast worden in het jaarboek recent verschenen werken over de Gelderse geschiedenis gerecenseerd.

Het jaarboek BMG wil jonge afgestudeerde historici graag een plek bieden om hun(scriptie)onderzoek, over een onderwerp dat raakt aan de geschiedenis van Gelre en Gelderland, in de vorm van een artikel aan een geïnteresseerd publiek te presenteren. De redactie van BMG bestaat uit archeologen, kunsthistorici en historici met een wetenschappelijke achtergrond en begeleidt auteurs bij het redigeren van hun ingezonden artikelen.

Interesse? Stuur jouw artikel dan vóór 1 juli 2022 naar de redactie van BMG! redactie@vereniginggelre.nl

De volledige auteursinstructies van BMG zijn te vinden op: https://vereniginggelre.nl/bijdragen-en-mededelingen-gelre-jaarboek/

De redactie van BMG beoordeelt de binnengekomen manuscripten – waar nodig bijgestaan door externe deskundigen – op volgorde van binnenkomst. De beste manuscripten komen in
aanmerking voor plaatsing in BMG in 2022 of 2023. De redactie verzorgt de begeleiding van het omwerken van het manuscript tot artikel.

Wie geïnteresseerd is kan voor meer informatie contact opnemen met redactiesecretaris Maarten Gubbels (redactie@vereniginggelre.nl).

CFP: “Feeling Form/Forming Feeling? Dilectics of Affect and Form in Anglophone Women’s Writing, 1550-1800” (Ghent October 13th, 2022)

Call for papers

Keynote speakers

  • Prof. Michelle M. Dowd (University of Alabama)
  • Prof. Danielle Clarke (University College Dublin)
  • Prof. Ros Ballaster (Oxford University)

Theme

In the field of historical women’s writing, new formalist methodological approaches and theories of affect are being advanced and contested as scholars reimagine the relationship between text and context. Looking at the affordances, collisions and structuring principles of form and affect, this conference invites scholars to explore intersections between form and feeling in women’s writing between 1550-1800: what does a feminist formalist methodology attendant to feeling and affect look like? How does such a perspective allow us to recentre and rethink the position of women’s writing within the larger field of literary studies?

Topics

Possible topics include but are not limited to the following

  • Theoretical reflections on (new) formalism as a feminist methodology
  • Rethinking periodization: formalism as a transhistorical perspective
  • Formalism and reception, translation, transculturalism and transnationalism
  • Affect and feeling in historical women’s writing
  • Formalism and rethinking canonization
  • Forms and affects of social and political agency
  • Affect and form and the rise of feminist literary studies
  • Forms of material culture (manuscript, print, book history)
  • Gender, genre and form
  • Bodies, embodiment and emotion

Application

To apply to give a 15-to-20-minute paper please send a proposal of 250 words and a short biographical statement to feelingform2022@gmail.com. We especially welcome papers from early career researchers and PhD students. PhD students and early career researchers are warmly invited to participate in our workshop on women’s writing and public outreach the day preceding the conference, Thursday October 13th, 2022.

DEADLINE: March 1st, 2022

More info: https://www.feelingform2022.ugent.be/

Webinar Werkgroep 18e Eeuw: Ontdek hoe vrouwen en mannen zich bewogen door de straten en stegen van 18de-eeuws Amsterdam, met Bob Pierik

Dinsdag 11 januari 2022, 17.00-18.00

Hoewel de Hollandse huiselijkheid beroemd en berucht was, lieten de Amsterdamse vrouwen zich zeker niet tot hun eigen huis beperken. Waar eerdere historici de moderniserende stad indeelden in de privésfeer voor vrouwen en de publieke sfeer voor mannen, laat Bob Pierik (Universiteit van Amsterdam en Uppsala University, Zweden) in dit webinar zien dat het in de praktijk een stuk complexer lag. Via notariële akten, opgesteld door de secretaris van de hoofdofficier van Amsterdam die tevens een notaris was, krijgen we een unieke kijk op het alledaagse Amsterdamse straatleven. Daar vinden we scènes uit het straatleven waarin vrouwen en mannen onderweg zijn door de hele stad. Als onderdeel van het Freedom of the Streets project op de Universiteit van Amsterdam vulde Bob Pierik een database met deze scènes. Zo konden zowel individuele gevallen als bredere mobiliteitspatronen worden bestudeerd, van ruzies over stoepjes tot cijfers over de vroegmoderne forens.

Loop (digitaal) mee door de straten van 18e-eeuws Amsterdam en ontdek via thema’s als buurtleven, werk en rijdend verkeer hoe gender, sociale klasse en de vorm van de stad zelf invloed hebben op hoe de stad ervaren werd. 

Praktische informatie: dit webinar vindt plaats op dinsdag 11 januari 2022, van 17 tot 18 uur. Registreer je hier gratis voor deze digitale bijeenkomst op Zoom.

CfP – Jaarboek voor Nederlandse Boekgeschiedenis

Het Jaarboek voor Nederlandse Boekgeschiedenis publiceert Nederlands- en Engelstalige artikelen op het gebied van de boekgeschiedenis van de Lage Landen in alle perioden. Voor het 30e Jaarboek, de editie van 2023, verwelkomen zij in het bijzonder bijdragen binnen het thema ‘Technologie en Transformatie’.

Het nieuwe jaarboek zoekt artikelen die het belang van techniek en technologie in de geschiedenis van het boek in de Lage Landen behandelen. Dat kan gaan om het verbeteren van courante technieken, de introductie van nieuwe technologieën of het in onbruik geraken van bestaande. Elk van deze fasen kan bijdragen aan een nieuwe transformatie: van de inhoud van het boek, van de vorm van het boek, van de lezer, van de boekhandel.

We verwelkomen artikelen op het gebied van:

  • De introductie en ontwikkeling van de boekdrukkunst in de Lage Landen
  • De productie van handgeschreven boeken na de uitvinding van de boekdrukkunst
  • De productie van handgeschreven boeken na de uitvinding van de boekdrukkunst
  • Druk- en zettechnieken voor tekst en illustraties uit alle eeuwen
  • De huidige digitale transformatie van media
  • De productie van het (e)boek met digitale middelen
  • De invloed van nieuwe vormen, genres en lezers op het boek en de boekhandel

De redactie blijft zoals gewoonlijk ook artikelen verwelkomen die niet gerelateerd zijn aan het thema.

Stuur voor 1 maart 2022 een voorstel van maximaal 300 woorden naar de redactie van het Jaarboek (arno.kuipers@kb.nl). De deadline voor een eerste versie van het artikel is 1 november 2022. Publicatie staat gepland voor de zomer van 2023.

English version: https://www.boekgeschiedenis.nl/cfp-technologie-en-transformatie/

ZHC-Webinar Prostitutie in Vroegmodern Den Bosch

Datum en tijdstip: dinsdag 30 november 2021, 19.30 – 21.00

Historicus en voormalig archivaris dr. Jos Wassink vertelt tijdens het eerste ZHC-webinar aan de hand van zijn nieuwe boek Dagelijks leven in ‘ontugt’ over de levensverhalen van vrouwen betrokken bij prostitutie in ’s-Hertogenbosch tussen 1629 en 1795.

Voor veel arme vrouwen in de 17de en 18de eeuw was prostitutie een wezenlijk aspect van het dagelijkse leven, zeker in een garnizoensstad als ’s-Hertogenbosch.  Het was voor hen een manier om het hoofd boven water te houden in een harde wereld van armoede, ellende, vernedering en vervolging. Toch weten we weinig van de vrouwen die zich prostitueerden. Wassink haalt hen uit de anonimiteit. Aan de hand van rechtbankverslagen beschrijft hij wie ze waren en hoe hun dagelijks leven eruitzag.

Dr. Marion Pluskota, universitair docent sociale geschiedenis aan de Universiteit Leiden, treedt tijdens het webinar op als referent. Ze reflecteert op Wassinks bevindingen en plaatst ze in een bredere context. Pluskota is gespecialiseerd in de geschiedenis van misdaad en gender. Ze promoveerde in 2012 op een onderzoek naar prostitutie en sociale controle in achttiende-eeuwse havensteden.

Vervolgens is er ruimte voor vragen en discussie.

Het webinar wordt georganiseerd door Stichting Zuidelijk Historisch Contact en geleid door prof. dr. Arnoud-Jan Bijsterveld, hoogleraar aan Tilburg University en voorzitter van de redactie van ZHC.

Het webinar is gratis te volgen via Zoom. Stuur uw aanmelding s.v.p. uiterlijk 26 november via stzhc@xs4all.nl onder vermelding van uw naam, e-mailadres en woonplaats. U ontvangt de inloggegevens dan de dag voor het webinar.

Meer informatie: https://uitgeverij-zhc.nl/actueel/233/415/zhc-webinar-prostitutie-in-vroegmodern-den-bosch