In memoriam P.J.A.M. Buijnsters (1933-2022)

Afgelopen week bereikte het bestuur van de Werkgroep het bericht van het overlijden van professor P.J.A.M. Buijnsters (1933-2022). Piet Buijnsters is van onschatbare waarde geweest voor het onderzoek naar de achttiende eeuw. Toonaangevend waren zijn publicaties over Rhijnvis Feith, Justus van Effen, Betje Wolff en Aagje Deken, alsmede over de geschiedenis van kinderliteratuur en het boekenvak. Hij verzorgde ook verschillende tekstedities en werd bekend als publicist over de wereld van het antiquariaat, het verzamelen van boeken en boekverzamelaars. Naast zijn eigen bijdragen aan de Nederlandse letterkunde, speelde hij een belangrijke rol in het bevorderen van het onderzoek naar de 18de eeuw. Hij was in 1968 medeoprichter van de werkgroep en het bijbehorende Documentatieblad. Bij de gelegenheid in 2016 van zijn benoeming tot erelid van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, sprak Wijnand Mijnhardt: Hij was de grondlegger van de Werkgroep Achttiende Eeuw en mag als de vader van de Nederlandse achttiende-eeuw studies worden beschouwd die deze ook in een internationale context wist te plaatsen.

Advertentie

EXCURSIE 4 november: Presentatie van het Jaarboek én bezoekje aan het Rijksmuseum

Vrijdag 4 november 2022

Boekpresentatie:  Kennis tot Nut van ’t Algemeen (Jaarboek De Achttiende Eeuw 2022)

NIAS, Korte Spinhuissteeg 3 in Amsetrdam     

15.00-17.00 uur, Conference Room (zolder)

Excursie: Tentoonstelling Clara de neushoorn

Rijksmuseum Amsterdam: 13.00-14.30 uur, verzamelen om 12.45 uur bij de informatiebalie in het Atrium

Aanmelden: een mail sturen naar penningmeester@18e-eeuw.nl vóór 28 oktober!

Deze maand is het nieuwe Jaarboek De Achttiende Eeuw verschenen en opende in het Rijksmuseum Amsterdam de tentoonstelling Clara de neushoorn. Zowel het jaarboek als de tentoonstelling gaan over de achttiende-eeuwse honger naar kennis en de verwondering over de wereld. Met veel genoegen nodigen we u uit voor de presentatie van het jaarboek en een gezamenlijk bezoek aan de tentoonstelling op vrijdag 4 november.

De overtuiging dat kennis de sleutel is tot maatschappelijke voorspoed en vooruitgang werd gemeengoed in de achttiende eeuw. Geleerde professoren, geletterde vrouwen, vernuftige ambachtslieden, innovatieve ondernemers en ambitieuze bestuurders zochten naar nieuwe kennis om de samenleving te verbeteren. ‘Nut’ werd hierbij breed begrepen—niet alleen in een economische zin, maar ook in de culturele zin van geestelijke vorming. De moderne burger ontwikkelde zich door te lezen en in genootschapsverband. De artikelen in het jaarboek buigen zich over allerlei vormen van kennis en wetenschap—van medische ontwikkelingen en technische vondsten tot literaire, artistieke en religieuze kennis.

De tentoonstelling gaat over het leven van Clara, de neushoorn die door de Nederlander Douwe Mout van der Meer Clara in 1741 vanuit India naar Amsterdam werd gebracht. Het is nu moeilijk voor te stellen, maar tot Clara’s komst was een prent uit 1515 haast het enige wat mensen van een neushoorn kenden. Clara ging maar liefst zeventien jaar als een superster op tour langs grote en kleine Europese steden en trok overal massa’s mensen. Wetenschappers bestudeerden haar, kunstenaars vergaapten zich aan haar looks. We zijn bijzonder verheugd dat Gijs van der Ham, conservator van de tentoonstelling, de werkgroep wil ontvangen voor een exclusief gezamenlijk bezoek aan de tentoonstelling.

Wij hopen van harte dat u bij deze dag aanwezig zult zijn. Aanmelden kan tot vrijdag 28 oktober door een e-mail te sturen naar penningmeester@18e-eeuw.nl. Vermeld hierbij of u de boekpresentatie, excursie of het gehele programma wilt volgen. Voor het bezoek aan de tentoonstelling is de capaciteit beperkt tot 20 personen. Wees er daarom snel bij en schrijf u zo snel mogelijk in. De tickets worden geboekt door de werkgroep en voor deelname betaalt u enkel de entreeprijs van het museum (20 euro). Geeft u hierbij alstublieft aan of u in bezit bent van een Museumjaarkaart of een andere kortingskaart.

Graag tot ziens op 4 november!

 

Symposium Werkgroep Bilderdijk – Reizen in de tijd van Bilderdijk

Op vrijdag 25 november 2022 vindt in de Universiteitsbibliotheek Leiden een symposium van de Werkgroep Bilderdijk plaats. Belangstellenden worden van harte uitgenodigd deze middag bij te wonen

Plaats:                          UB Leiden, Vossiuszaal, Witte Singel 27, 2311 BG Leiden

Toegang:                      Gratis (aanmelden is niet nodig)

Meer info:                    Ton van Kalmthout: a.b.g.m.van.kalmthout@hum.leidenuniv.nl

Programma

14.00-15.00 uur             Algemene Ledenvergadering Vereniging ‘Het Bilderdijk-Museum’

15.00-15.30 uur             Pauze

15.30-15.40 uur             Opening door Rick Honings

15.40-16.05 uur            Marita Mathijsen, Een nieuwe lente, een nieuw begin? De reis van Betje Wolff en Aagje Deken naar Frankrijk in 1788

16.05-16.30 uur            Alina Viermann, ‘Tusschen de aarde en de maan’. Willem Bilderdijks Eene aanmerklijke luchtreis (1813) als voorloper van moderne sciencefiction

16.30.16.40 uur            Muzikaal intermezzo, door singer-songwriter Eveline de Bruin

16.40-17.05                  Ton van Kalmthout, Een dubbel geluk. De huwelijksreis van Willem de Clercq en Caroline de Clercq-Boissevain in 1818

17.05-17.15 uur            Aanbieding Jaarboek Bilderdijk 2022 aan Adriaan van Dis

Circa 17.15 uur             Afsluiting

Congres Vlaams-Nederlandse Vereniging voor Nieuwe Geschiedenis – Getuigen en getuigenissen: Vroegmoderne rechtshistorische bronnen in het onderzoek

Op 28 oktober zal de Vlaams-Nederlandse Vereniging voor Nieuwe Geschiedenis haar jaarcongres verzorgen. Het thema is dit jaar ‘Getuigen en getuigenissen: Vroegmoderne rechtshistorische bronnen in het onderzoek’.

Programma

10.30u               Ontvangst met thee en koffie
11.00u               Opening door voorzitter Dries Raeymaekers
11.15                  Ledenvergadering

11.30u               Wouter Ryckbosch en Tom Bervoets (Vrije Universiteit Brussel)
‘Voor ons zijn verscheenen’: getuigen en hun sociaal profiel in de 18de-eeuwse stad’.

12.00u               Lunch

13.30u               Pauline van den Heuvel (Stadsarchief Amsterdam): Allemaal in Alle Amsterdamse Akten

14.00u               Luke Giraudet (Université Catholique de Louvain)
Crafting a Remission Letter: Witness Testimony and Remissibility in the Records of the Spanish Privy Council, 1540-1633

14.30u               Pauze

15.00u               Jeannette Kamp (Universiteit Leiden)
Van ruzie tot vonnis: een (digitale) speurtocht naar migranten in criminele bronnen en daarbuiten

15.30u               Hylkje de Jong (Vrije Universiteit Amsterdam)
Getuigen en getuigenissen in civiele zaken bij de gerechtshoven

16.00                  Discussie, ingeleid door Elwin Hofman (Universiteit Utrecht)

16.30                 Afsluiting en borrel

Het jaarcongres vindt plaats in Gebouw S (Klooster van de Grauwzusters) van de Universiteit Antwerpen (Stadscampus) en meer bepaald in de promotiezaal.

Meer informatie over registratie e.d.: https://www.vnvng.eu/2022/09/13/jaarcongres-2022-getuigen-en-getuigenissen-vroegmoderne-rechtshistorische-bronnen-in-het-onderzoek/

Wordt verwacht – Abraham Trembley et autres précepteurs suisses en Hollande. Correspondances (1733-1801)

Binnenkort verschijnt bij Garnier in Parijs het nieuwe boek van Kees van Strien onder de titel Abraham Trembley et autres précepteurs suisses en Hollande. Correspondances (1733-1801) (Classiques Garnier, 2022).

Het betreft Franstalige Zwitserse huisonderwijzers die in de achttiende eeuw zeer gezocht waren voor de opvoeding van jongens uit hogere kringen in de Republiek, waar Frans de voertaal was. Deze ‘gouverneurs’ woonden in bij de familie en waren vaak aangenomen voor een beperkt aantal jaren, zodat ze regelmatig van baan wisselden. Niet iedereen was geschikt om te werken met jonge kinderen, maar er was ook vraag naar studiebegeleiders aan de universiteit of als reisleider om een afgestudeerde langdurig te vergezellen in het buitenland.

Na een algemene inleiding volgt een bloemlezing van nog nooit uitgegeven brieven geschreven door deze gouverneurs aan de ouders of andere familieleden van hun leerlingen. Ook van de ouders aan hun ‘plaatsvervanger’ en in mindere mate van de leerlingen zelf. Via deze teksten volgen we de gouverneur in Holland van zijn aanstelling tot zijn vertrek. Ofwel met een nieuw contract in Holland of na gedane arbeid terug naar Zwitserland. In beide gevallen bleef er vaak een nauwe en hartelijke band tussen leerling en leermeester.

Colloquium: The Dutch ‘Year of Disaster’, 1672 in European and Global Perspectives

On 1 and 2 July 2022 The Williamite Universe will organise an online symposium on ‘Het Rampjaar 350: The Dutch ‘Year of Disaster’, 1672 in European and Global Perspectives’. The invasion of the United Provinces by Louis XIV in 1672 (‘Het Rampjaar’, ‘the year of disaster’ in Dutch memory) has long been examined as a crucial event in the political and cultural history of the Netherlands. Yet it also had an impact across Europe and the world, altering perceptions of the state of Europe, and changing balances in geopolitics. This online symposium will discuss these wider dimensions, examining the significance of 1672 in arenas that stretched far beyond the Netherlands.

For more information and registration, please see http://www.thewilliamiteuniverse.eu/wp-content/uploads/2022/05/2022-Rampjaar-Programme.pdf

2025 oude drukken voor Leuven 2025

Leuven viert feest … of toch bijna. In 2025 zal het 600 jaar geleden zijn dat er in Leuven een universiteit gesticht werd, de voorloper van de huidige KU Leuven. In de aanloop van deze festiviteiten zet KU Leuven Bibliotheken, i.s.m. UCLouvain, haar academische collectie extra in de kijker. Dankzij de inspanningen van de voorbije maanden en jaren zijn er nu beelden van 2025 oude drukken gepubliceerd door Leuvense professoren opgeladen op het Lovaniensia-platform. Deze enorme aangroei – in mei 2020 waren er ongeveer 400 werken digitaal beschikbaar – is echter niet de enige reden waarom het de moeite loont nog eens (of voor de eerste keer) naar deze website te surfen. Er kwamen ook extra pagina’s met informatie over de Oude Universiteit Leuven (1425-1797) en haar verschillende faculteiten en de professorenpagina werd aangevuld met biografische beschrijvingen van zo’n 130 professoren (met nog uitgebreidere fiches voor elke professor in ODIS). Daarnaast is het via de filters nu duidelijk welke werken intern of extern gedigitaliseerd zijn. En last but not least zijn alle werken uit de Leuvense collectie dankzij een samenwerking met Google Books nu voorzien van een ocr-laag, zodat elk werk op het platform nu tekstueel doorzoekbaar is. Het werk is nog niet af, maar we hopen dat door al deze uitbreidingen en nieuwigheden steeds meer onderzoekers en andere geïnteresseerden de weg zullen vinden naar Lovaniensia.

Annual Lecture Utrecht Center for Early Modern Studies

Alec Ryrie: ‘The Dangerous Allure of Printing to Early Modern Global Protestant Mission’ 


Every year, the Utrecht Centre for Early Modern Studies organises a lecture by an internationally acclaimed scholar. The lecture is held in English and it is aimed at a broad audience. 

The UCEMS Annual Lecture 2022 will be delivered by prof. dr. Alec Ryrie (Durham University) and is entitled ‘The Dangerous Allure of Printing to Early Modern Global Protestant Mission’. The lecture will take place on 28 June 2022, 20:00h, in the University Hall in Utrecht. 

Admission is free, but registration is manadatory. Please send an email to d.m.l.onnekink@uu.nl before 17 June.

Abstract: Protestants who engaged in cross-cultural conversionary efforts in the 17th and early 18th centuries understood their project through the experience of the European Reformation. As well as informing their church-building strategies, this perspective also convinced them that vernacular printing, especially of Biblical translations, would be decisive in spreading their gospel, and considerable resource was ploughed into this effort. These efforts drew on the experience of ‘missionary’ projects in Ireland and northern Scandinavia, and ultimately on Protestant preconceptions about the nature of religious change and the power of the Word. This paper will survey some of these attempts to take Protestant print to various contexts in the Americas and Asia, and argue that this effort proved misconceived and ineffective in those contexts, significantly undermining early Protestant missionary work: a failure based both on a misreading of European experience and on deeper theological framing of the entire missionary enterprise. 

Daendelslezing 2022: 13 juni 20u00

De boreale Bataaf.

Noordelijk identiteitsdenken in historisch perspectief.

In de Daendelslezing van 2022 tackelt Dorothee Sturkenboom de moderne boreale ideologie door de voorgeschiedenis daarvan te onderzoeken. Inzoomend op de late 18e eeuw, legt ze haar vinger op de zwakke plekken van het noordelijke superioriteitsdenken.

De late 18e eeuw was een periode waarin Nederlandse intellectuelen zich – net als nu – grote zorgen maakten over de staat van het land en zich afvroegen wat er nog resteerde van de eigen nationale identiteit. En net als nu zochten Patriotse en Bataafse opiniemakers hun ideaalbeelden in het verleden, verzetten zij zich tegen invloeden uit het buitenland en verweten ze de elite spilziek en zwak te zijn. Tegelijkertijd bleek het ongecorrumpeerde masculiene noordelijke karakter waar de Nederlanders aanspraak op wilden maken, in de ogen van buitenlanders en volgens de heersende klimaattheorieën vooral te staan voor een gebrek aan beschaving, gevoel en intelligentie. Daarop moest een antwoord gevonden worden.

In haar betoog laat Sturkenboom scherp zien dat ‘het Noorden’ naast een geografische ook een denkbeeldige ruimte is waar voor elk wat wils te halen valt – aan feit en fictie, aan zin en onzin. Dat geldt niet alleen voor de 18e eeuw maar ook voor de 21e eeuw, waar de dissonante echo’s van dit eeuwenoude boreale denken nog steeds te horen zijn.

Historica Dorothee Sturkenboom deed baanbrekend onderzoek naar emoties, gender en de Nederlandse identiteit in de tijd van de Republiek. Recensenten van haar laatste boek De ballen van de koopman (2019) prezen haar ‘consequent brede en cosmopolitische blik’ en ‘de elegante en soms ook gedurfde manier’ waarop zij onderwerpen behandelt. Na jarenlang aan Nederlandse universiteiten en de University of California at Los Angeles verbonden te zijn geweest, is Sturkenboom sinds 2010 werkzaam als onafhankelijk onderzoeker.

De zaaldiscussie wordt gemodereerd door Niek van Sas, emeritus hoogleraar Geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam en voorzitter van de Stichting Daendels.

Programma Lezing Stichting Daendels: 20.00 Lezing Grote Zaal 20.00 20.45 – Zaaldiscussie 20.45 21.15 – Bovenfoyer Borrel 21.15 21.45

Verkoop kaarten (€ 7,50) start vanaf een uur voor aanvang van de lezing aan de kassa. Adres De Balie: Kleine-Gartmanplantsoen 10, 1017 RR Amsterdam

Stichting Daendels werd in 1995 opgericht en begunstigd met de nalatenschap van Mr. Herman August Daendels (1918-2000), de laatste nakomeling in mannelijke lijn van generaal en gouverneur-generaal Daendels. De stichting bevordert onderzoek naar de Patriotse en de Bataafs-Franse tijd en ook de presentatie van dat onderzoek, de ontsluiting van bronnenmateriaal en de instandhouding van zowel bronnenmateriaal als materieel erfgoed uit die tijd.

In memoriam Christophe Madelein (1978-2022)

Op de veel te jonge leeftijd van 44 jaar overleed op 19 april Christophe Madelein. Christophe was niet alleen een uitstekend onderzoeker maar bovenal een zeer beminnelijk mens, die vanwege de hem kenmerkende bescheidenheid en gedrevenheid op veel waardering kon rekenen in de wereld van de letterkundige neerlandistiek en die van de 18de-eeuwse letterkunde in het bijzonder.

Christophe volgde de opleiding taal- en letterkunde (Nederlands en Engels) aan de Universiteit Gent. In 2000 studeerde hij af bij Anne Marie Musschoot op een onderzoek naar het autobiografisch schrijven van Paul de Wispelaere. Voor zijn vervolgstudie en doctoraatsonderzoek dook Christophe onder begeleiding van Jürgen Pieters in de literatuur van de (lange) 18de eeuw. In 2001 zette hij aan de hand van een analyse van Keats’ ‘Ode on a Grecian Urn’ de verschillen tussen de leesmethodes van het New Criticism en het New Historicism uiteen. Die studie vormde zijn afstudeerwerk voor de interuniversitaire master-na-masteropleiding literatuurwetenschap. In die jaren was hij ook actief als literatuurcriticus voor Leesidee en voor het dagblad De Financieel-Economische Tijd. In 2008 resulteerde zijn bijdrage aan een Gents onderzoeksproject over het verhevene in de Nederlanden in een fraai proefschrift: Juigchen in den adel der menschlijke natuur: Het verhevene in de Nederlanden, 1770-1830. In 2011 verscheen dat werk in boekvorm bij de Gentse Academia Press. Het werd een van de meest toonaangevende studies over het verhevene in de Nederlandse literatuur en Christophe zette zo, samen met enkele generatiegenoten, de 18de eeuw in Vlaanderen op de kaart. In het deel van de GNL over de literatuur van de Zuidelijke Nederlanden van de achttiende eeuw plaatst Tom Verschaffel Christophe in het rijtje van de drie jonge Vlaamse pioniers die een lans braken voor dit onderzoeksveld (naast Timothy De Paepe en Bram Van Oostveldt). Hij stelt vast dat Christophe en zijn generatiegenoten de ‘literatuurgeschiedenis niet zozeer opvatten als een studie van literaire teksten, maar van begrippen, opvattingen en praktijken’. Ook roemt hij de ‘meertalige’ insteek van de onderzoekers.

Als we het proefschrift van Christophe bekijken, dan valt naast zijn contextuele benadering inderdaad het internationale perspectief op. Het sublieme wordt benaderd vanuit de Engelse, Franse en Duitstalige tradities om uiteindelijk bij de Nederlanden te belanden. Vanuit die internationale context bekijkt hij hoe ook Nederlandse schrijvers zich uitgebreid met dat concept bezighielden. In hetzelfde jaar als de verschijning van zijn proefschrift gaf hij samen met zijn promotor en Piet Gerbrandy teksten over het verhevene van Bilderdijk, Kinker en Van Hemert uit in de Retorica-reeks van de Historische Uitgeverij. Aan de hand van bekende auteurs als Bilderdijk en Kinker en minder bekende figuren als Van Goens, plaatst Christophe de literatuur van de achttiende-eeuwse Nederlanden in een traditie van internationaal debat en transnationale wisselwerking die voor die periode zo kenmerkend was. Ook op dat vlak was Christophe dus een pionier. De transnationale benadering van literatuur is immers pas sinds tien jaar een belangrijk aandachtspunt in de neerlandistiek geworden. 

Christophe was van het principe dat het voeren van onderzoek geen eenzame bezigheid kon en mocht zijn. Hij organiseerde verschillende congressen en symposia, zag co-publiceren als een verrijking en hield contact met onderzoekers uit verschillende disciplines binnen de geesteswetenschappen. Zijn engagement op dat vlak blijkt misschien nog het best uit zijn jarenlange inzet voor de Belgisch-Nederlandse Werkgroep 18e Eeuw. Christophe oordeelde als bekwaam jurylid van de Scriptieprijs 18e Eeuw over tientallen masterproeven en was sinds 2008 lid van de redactie van het tijdschrift De Achttiende Eeuw, en later van het gelijknamige jaarboek. Binnen die redactie stond Christophe bekend als iemand die gedegen commentaar leverde, geen verkeerd geplaatste komma over het hoofd zag en vond dat een goede vergadering moest worden afgesloten met gezelligheid op café – en of het gezellig was.

Niet alleen wat de insteek van zijn onderzoek betreft maar ook op het vlak van zijn wetenschappelijke contacten had Christophe een internationale oriëntatie. In 2010 organiseerde hij in Gent voor de Werkgroep 18e Eeuw een van de eerste internationale congressen in de Lage Landen over de Verlichting vanuit een breed cultuurhistorisch perspectief, met sprekers als Peter Clark en David Sorkin. In 2013 bekleedde hij aan de University of Pennsylvania (VS) de Breughel leerstoel. Ondertussen richtte hij zich aan de UGent op een postdoctoraal project waarin het 18de-eeuwse epos centraal stond. Hij werkte rond dat thema veel samen met Lotte Jensen, wat onder andere resulteerde in een studiedag en een themanummer van Spiegel der Letteren over het Nederlandstalige epos. Sinds die tijd ging zijn onderzoek steeds vaker de richting uit van een meer diepgravende duiding van een of enkele teksten en ook schuwde hij de confrontatie niet met stukgelezen klassiekers. De laatste jaren legde hij zich voornamelijk toe op het werk van H.K. Poot. Hij werkte aan een langer essay waarin hij in de lectuur van een gedicht van Poot een reflectie beoogde over de relevantie van het historisch letterkundig onderzoek voor vandaag. Hieraan werkte hij gestaag verder ook nog nadat hij in 2016 te horen had gekregen dat hij ongeneselijk ziek was. Te hopen valt dat een versie van deze tekst, jammer genoeg postuum, alsnog het licht kan zien. Christophe was iemand die de moed niet opgaf en maar bleef doorgaan, ondanks alles – zijn enthousiasme voor de literatuur en het onderzoek kende bijna geen grenzen.

Ook buiten de academische wereld was Christophe gedreven door literatuur. Hij was de laatste jaren actief lid van Gent Leest, een digitaal platform voor Gentse boekenwormen. Christophe reikte deze community geregeld leestips aan – gaande van klassiekers als Eco’s In de naam van de roos tot Zadie Smiths actuele Overpeinzingen – en hield het gesprek over literatuur en literatuuronderzoek gaande aan de hand van Facebookpolls: Hoeveel boeken lees jij gemiddeld per jaar? Welke auteur verjaart op dezelfde dag als jij? Welke boeken hebben jou wakker geschud op het vlak van racisme? Maak jij aantekeningen in boeken? Het zijn vragen die duidelijk maken dat de onderzoeker en de enthousiaste lezer in Christophe één en ondeelbaar waren. Wie ooit een lezing van hem hoorde, of een tekst van hem las, zal het kunnen beamen: leesplezier, verwondering en kennisoverdracht gingen bij hem organisch samen.

Frappant is zijn conclusie bij een bespreking van Lieke Marsmans essay voor Gent Leest (15 februari 2021). Het citaat behoeft weinig toelichting. Het tekent de wilskracht, moed en eerlijkheid die wij in Christophe bewonderen:

De volgende scan duurt vijf minuten is niet zomaar een autobiografisch verslag van een kankerpatiënte; het is ook de neerslag van de wilskracht om zich er niet bij neer te leggen, ondanks de donkere momenten, die absoluut niet uit de weg gegaan worden. De twijfel en de angst worden open en bloot op tafel gelegd, maar nooit om medelijden op te wekken, maar wel om zichzelf voortdurend in vraag te stellen: “Ervaar ik kanker als De Hel omdat ik dat echt zo voel of omdat dat nu eenmaal de reputatie van kanker is, al helemaal voor wie het op jonge leeftijd krijgt?”Die eerlijkheid maakt dat het in zekere zin ook troostend werkt.

Sarah Adams, Lars Bernaerts, Jürgen Pieters, Lieke van Deinsen, Kornee van der Haven

(namens de UGent, Vakgroep Letterkunde / Werkgroep 18e Eeuw)